Beste,
ik heb wat problemen met me het volgende visueel voor te kunnen stellen;
"geen gelijke verhouding, tegengestelde zin=Het verband tussen 'de lengte van een koorde' en 'de afstand van die koorde tot het middelpunt' is van deze aard. Als de lengte van een koorde groter wordt, dan wordt de afstand tot het middelpunt kleiner en omgekeerd. Als de afstand tot het middelpunt de helft wordt, wordt de koorde niet tweemaal zo lang. De verhoudingen zijn dus niet gelijk."
Moet ik me dit voorstellen als een elastiekje waar je 2 uiteinden met elkaar verbindt met een stokje en als dat langer wordt de elastiek uitrekt en langs twee zijden dichter bij het middelpunt komt omdat de lengte van de elastiek hetzelfde blijft? of zie ik dat verkeerd?
Zou iemand dit wat kunnen verduidelijken voor mij? heel erg bedankt!
Groetjes


